1. Inleiding
In de paragraaf "weerstandsvermogen en risicobeheersing" staat de berekening van de weerstandscapaciteit opgenomen en een opsomming van de belangrijkste risico's. Daarnaast vindt u hier een aantal verplicht voorgeschreven kengetallen conform BBV.
2. Risico-inventarisatie algemene risico's
Voor de begroting 2026 hebben we de risico’s opnieuw in kaart gebracht. Daarbij hebben we gekeken naar twee punten:
- Zijn de eerder vastgestelde risico’s nog steeds actueel? We hebben opnieuw beoordeeld hoe groot de kans is dat deze risico’s zich voordoen en wat het maximale financiële gevolg is.
- Zijn er nieuwe risico’s bijgekomen die we moeten meenemen?
De actualisatie van de risico's leidt tot de hieronderstaande risicomatrix.
Financiële klasse | |||||
|---|---|---|---|---|---|
6) x > € 1.000.000 | 2 | 2 | 1 | ||
5) € 500.000 < x < € 1.000.000 | 6 | 8 | 1 | 1 | |
4) € 100.000 < x < € 500.000 | 16 | 14 | 8 | 2 | |
3) € 25.000 < x < € 100.000 | 15 | 15 | 12 | 1 | 1 |
2) x < € 25.000 | 17 | 13 | 5 | 2 | |
1) Geen financiële gevolgen | 2 | ||||
10% | 30% | 50% | 70% | 90% |
In de bovenstaande risicomatrix zijn 143 risico's opgenomen. Op de horizontale as is de kans weergegeven dat het risico zich voordoet. Op de verticale as is de maximale financiële omvang (bedrag) van het risico weergegeven. De financiële klassen zijn ingedeeld zoals vastgesteld in de nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2024.
Een risico in het groene gebied vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico in het oranje gebied vraagt extra aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft in het donkerrode gebied (helemaal rechtsboven) vereist directe aandacht. Deze risico’s kennen immers een grote financiële omvang, de kans dat dit risico zich voordoet is als hoog (>90%) ingeschat en het financiële gevolg is > € 1.000.000.
In de bovenstaande risicomatrix zijn enkele risico's vetgedrukt en onderstreept. Dit zijn de risico's met de hoogste kans en de grootste financiële gevolgen. In de tabel hieronder lichten we deze toe.
Omschrijving risico | Kans | Financiële klasse | |
1 | Vanaf 2028 gaan gemeenten via de algemene uitkering minder geld ontvangen van de rijksoverheid. Onduidelijk is of hier nog een oplossing voor gaat komen. Dit leidt ertoe dat de jaarschijven 2028 en 2029 in de voorgestelde meerjarenbegroting ongeveer een tekort van 3 mln. laten zien. Deze tekorten zullen t.z.t. opgelost moeten worden. Oftewel met extra inkomsten van de rijksoverheid of door beleidsombuigingen. | 50% | 6 |
2 | Hogere kosten en vertragingen vastgoedprojecten | 70% | 5 |
3 | Implementatie van een nieuwe applicatie voor Werk en inkomen en Schuldhulpverlening.
| 75% | 4 |
4 | Beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet. | 50% | 5 |
5 | Veranderende wet- en regelgeving op het gebied van milieu en, verduurzaming voor gebouwen. | 70% | 4 |
3. Risico's en grondexploitaties
Op 11 maart 2025 is de Nota Grondbeleid door de raad vastgesteld. Het uitgangspunt van die nota is dat de gemeente streeft naar een situationeel grondbeleid met een actieve basishouding. De gemeente kiest er daarmee voor om zelf actief gronden te verwerven en te ontwikkelen op vlakken waar ze dat belangrijk vindt en/of waar het niet door marktpartijen wordt opgepakt. Aan een actief grondbeleid hangen altijd risico’s. Risico’s houden we zo klein mogelijk en in elk geval beheersbaar door zorgvuldige overweging voorafgaand aan en goede sturing voor en tijdens de uitwerking en uitvoering.
Financiële buffers
De gemeente heeft voor de grondexploitaties een eigen reserve ingesteld, namelijk de Algemene Reserve Grondexploitaties (ARGE). Die reserve kent een ondergrens van € 1,7 miljoen en een bovengrens van € 2,7 miljoen. In verband met de winstnemingen als gevolg van de verplichte implementatie van de POC-methode (percentage-of-completion) heeft de raad in oktober 2018 ingestemd met het instellen van de reserve POC-winst. Deze reserve vormt de buffer tussen de ARGE en de projecten.
Bij de Jaarrekening berekenen we de POC-winst conform de BBV-voorschriften. De POC-winst wordt vervolgens gestort in de Reserve POC-winst. Bedragen uit de Reserve POC-winst worden overgeheveld naar de ARGE op basis van de meer voorzichtige winstnemings-praktijk van vóór 2017, waarbij we ook de totale toekomstige kosten, project-risico’s en de boekwaarde van het project meewegen. Daarmee vormt de Reserve POC-winst de externe projectbuffer. Gedurende de looptijd van het project verandert het bedrag van de POC-winst en daardoor kan het gebeuren dat eerder genomen POC-winsten terugvloeien naar het project.
Risico's bij stikstof.
In een enkele grondexploitatie speelt een risico ten aanzien van stikstof. Naast Grandorse zijn er projecten die vlak bij Natura2000-gebieden liggen waarbij er in de bouwfase ook stikstofrisico's zijn. Aeriusberekeningen moeten aantonen of het project verantwoord/haalbaar is. Ook het op een andere manier bouwen dan vooraf is gecommuniceerd, kan leiden tot een risico op stikstof. Voorbeeld hiervan is prefab bouwen vervangen door traditioneel bouwen.
4. Benodigde weerstandscapaciteit
De totale omvang van de geïnventariseerde algemene risico’s bedraagt € 52,5 miljoen. Dit is het bedrag dat nodig zou zijn als alle risico’s die we als gemeente lopen zich tegelijkertijd en volledig voordoen. In de praktijk gebeurt dit zelden. Daarom gebruiken we een Monte Carlo-simulatie om te bepalen hoeveel financiële ruimte we écht nodig hebben. Deze methode houdt rekening met de kans dat risico’s zich voordoen en met hun maximale omvang.
De gemeenteraad heeft in de Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 vastgesteld dat we 90% zekerheid willen dat ons weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Op basis van de Monte Carlo-simulatie is berekend dat hiervoor minimaal € 9,40 miljoen nodig is. Dit noemen we de benodigde weerstandscapaciteit.
5. Beschikbare weerstandscapaciteit = Algemene Reserve basis
Onder de beschikbare weerstandscapaciteit verstaan we de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om onvoorziene, niet-begrote kosten te kunnen betalen. We hebben hier de volgende middelen voor beschikbaar:
- Algemene reserve basis;
- Algemene reserve vrij aanwendbaar: flexibel inzetbaar;
- Stille reserves: bezittingen zoals gebouwen en gronden die meer waard zijn dan in de boekhouding staat.
Voor de berekening van de beschikbare weerstandcapaciteit nemen we op basis van de door de raad vastgestelde Nota Risicomanagement en weerstandsvermogen 2024 alleen de algemene reserve basis mee. Bij de jaarrekening 2024 is de algemene reserve basis op € 9,12 mln. gebracht.
Omdat dit niet voldoende is om aan de benodigde weerstandscapaciteit van € 9,4 mln. te voldoen hebben we in deze begroting +/- € 280.000 toegevoegd aan de algemene reserve basis. Na de aanvulling bedraagt de reserve € 9,40 mln..
6. Benodigde weerstandscapaciteit versus beschikbare weerstandscapaciteit.
Om te beoordelen of de gemeente voldoende financiële ruimte heeft, berekenen we de ratio weerstandsvermogen. De berekening is alsvolgt:
Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit / Benodigde weerstandscapaciteit
Ook de Provincie Limburg gebruikt deze ratio om te beoordelen of een gemeente financieel weerbaar is. In onderstaande tabel staat hoe de provincie de ratio weerstandsvermogen classificeert.
Waardering | Weerstandsnorm ratio | Betekenis |
|---|---|---|
A | >2,0 | Uitstekend |
B | 1,4 - 2,0 | Ruim voldoende |
C | 1,0 - 1,4 | Voldoende |
D | 0,8 - 1,0 | Matig |
E | 0,6 - 0,8 | Onvoldoende |
F | <0,6 | Ruim onvoldoende |
Na de aanvulling op de Algemene Reserve basis komt de ratio weerstandsvermogen uit op 1,0 (€ 9,4 mln. / 9,4 mln.) Hiermee voldoet de gemeente aan de minimale norm en is er voldoende financiële ruimte om de risico’s op te vangen.
7. Kengetallen
Kengetallen | Jaarrekening | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Begroting | Gestelde norm* | Risico |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
1. Netto schuldquote = Alle schulden / saldo van de baten | 23% | 44% | 67% | 77% | 78% | 72% | 68% | A |
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen = | 18% | 39% | 63% | 73% | 74% | 68% | 61% | A |
3. Solvabiliteitsratio = | 37% | 43% | 35% | 31% | 29% | 31% | 33% | B |
4. Grondexploitatie = | -3% | -2% | -1% | 0% | 0% | -1% | 7% | A |
5. Structurele exploitatieruimte = | 2% | 3% | 1% | 1% | -2% | -2% | 2% | A-C |
6. Belastingcapaciteit woningen= | 97% | 98% | 100% | 100% | 100% | 100% | 97% | B |
*) De gestelde normen zijn afkomstig uit de door de raad op 19-11-2023 vastgestelde nota Risicomanagement en weerstandsvermogen.
Normering van financiële kengetallen (GTK 2020 gemeenten).
De provincies gebruiken het Gemeenschappelijk financieel toezichtkader (GTK2020) om te beoordelen hoe financieel gezond een gemeente is. In dit kader zijn normen vastgesteld voor de belangrijkste financiële kengetallen.
Voor elk kengetal zijn er 3 categorieën:
- Categorie A: weinig risico (goede financiële positie)
- Categorie B: gemiddeld risico
- Categorie C: veel risico (zwakke financiële positie)
Deze indeling helpt om snel te zien of een gemeente financieel sterk genoeg is om tegenvallers op te vangen.
Kengetallen | Categorie A | Categorie B | Categorie C |
|---|---|---|---|
Netto schuldquote | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen | < 90% | 90% - 130% | > 130% |
Solvabiliteitsratio | > 50% | 20% - 50% | < 20% |
Grondexploitatie | < 20% | 20% - 35% | > 35% |
Structurele exploitatieruimte | >0% | 0% | < 0% |
Belasting capaciteit | <95% | 95% - 105% | > 105% |
8. Conclusie kengetallen
- Ratio 1 en 2. Netto Schuldquote
Deze ratio’s laten zien hoeveel schulden de gemeente heeft in verhouding tot haar eigen vermogen. Hoe lager dit percentage, hoe beter. Op basis van beide schuldquotes vallen we meerjarig in de laagste risicoklasse A van de provincie maar voldoen we vanaf 2026 niet meer aan de door ons zelf gestelde norm.
Van 2025 t/m 2028 stijgen de schuldquotes omdat we meer vaste schulden aangaan om investeringen in de komende jaren te kunnen financieren.
De netto schuldquote stijgt van 44% (2025) naar 78% in 2028.
De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen stijgt van 39% (2025) naar 74% in 2028. Beide quotes laten in 2029 weer een lichte daling zien. - Ratio 3. Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio laat zien hoeveel eigen vermogen de gemeente heeft in verhouding tot vreemd vermogen. Dit geeft aan hoe goed we onze financiële verplichtingen kunnen nakomen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter.
Tussen 2025 en 2029 daalt de solvabiliteitsratio van 43% naar 31%. We vallen hiermee net als voorgaande jaren in risicoklasse B van de Provincie. Wel voldoen we vanaf 2027 niet meer aan onze eigen gestelde norm van minimaal 33%.
De daling van de ratio wordt enerzijds veroorzaakt door een daling van het eigen vermogen vanaf 2026 door ontrekkingen uit het eigen vermogen tbv van bijvoorbeeld onze loods/ontvlechting NLW. Maar ook de door de raad geaccepteerde begrote tekorten voor 2028 en 2029 van 2%. Het eigen vermogen daalt in de periode 2025 -2029 van € 83 mln. maar € 72 mln..
Anderzijds komt de verslechtering ook door een forse toename van het lang vreemd vermogen veroorzaakt door leningen die noodzakelijk zijn om de investeringen de komende jaren te kunnen financieren. - Ratio 4. Grondexploitatie
Deze ratio laat zien hoe afhankelijk de gemeente is van inkomsten uit grondexploitaties. Grondexploitaties brengen risico's met zich mee en kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van de gemeente. Daarom is het beter als deze ratio laag is.
Tussen 2025 - 2029 ligt de ratio tussen de -/- 2% en -/- 1%. Dat betekent dat we weinig afhankelijk zijn van inkomsten uit de grondexploitaties.
We vallen hiermee in de laagste risicoklasse(< 20%). Ook blijven we onder onze eigen norm van 2%. Dit is vanuit het risico-oogpunt positief.
- Ratio 5. Structurele exploitatieruimte
Deze ratio laat zien of onze vaste inkomsten voldoende zijn om onze vaste uitgaven te betalen. Hoe hoger dit percentage, hoe beter. In de jaren 2025 t/m 2027 is dit percentage positief. Dat betekent dat we in die jaren genoeg structurele inkomsten hebben en dus in de laagste risicoklasse (klasse A) volgens de norm van de Provincie vallen.
In 2028 en 2029 is de ratio negatief. Dit sluit aan bij de door de raad in de kaderbrief 2026 gestelde kaders dat de begroting in 2026 en 2027 sluitend moeten zijn en voor 2028 en 2029 een tekort van maximaal 2% acceptabel is.
- Ratio 6. Belastingcapaciteit woningen:
Dit percentage bepaalt de ruimte om de belastingen te verhogen, waarbij we weergeven hoe de lastendruk in Horst aan de Maas zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hoe lager dit percentage is, des te meer ruimte er is voor verhoging van belastingen tot aan het landelijke gemiddelde. T/m 2029 zit de belastingcapaciteit van HADM op 100%.
Een ratio van 100% betekent dat de belastingcapaciteit in Horst aan de Maas gelijk is aan het landelijke gemiddelde. We vallen hiermee in middelste risicocategorie (B) van de provincie. We zitten hiermee iets boven onze eigen gestelde norm van maximaal 97%.
De OZB en rioolheffing in Horst aan de Maas zijn hoger dan het landelijke gemiddelde en onze afvalstoffenheffing een stuk lager. - Kanttekening bovenstaande ratio's
Bij de bovenstaande ratio's maken we de kanttekening dat deze berekend zijn op basis van een geprognoticeerde balans waarin voor de periode 2026 -2029 € 63,4 mln. aan nieuwe door de raad reeds geaccordeerde investeringen zijn opgenomen. In deze balans zitten echter niet de € 73,3 mln. aan investeringen waarvoor financiële ruimte in de periode 2026 - 2029 is opgenomen maar waarvoor de raad nog geen apart krediet verstrekt heeft. Als we deze investeringen wel in de geprognosticeerde balans hadden meegenomen dan zouden de schulquote's boven de 100% uitkomen. We zouden dan voor de provincie van de minst risicovolle categorie naar de gemiddelde categorie zakken. Onze solvabiliteitsratio zou dan in 2029 rond de 24% i.p.v. 31% uitkomen waarmee we nog steeds in de gemiddelde risicocategorie zouden vallen maar wel aanzienlijk verder onder onze eigen norm van 33%.
9. Samenvattende conclusie
De gemeente Horst aan de Maas heeft op dit moment een goed financieel weerstandsvermogen. In 2026 vallen vier van de zes financiële ratio’s in de laagste risicoklasse van de Provincie. Twee ratio’s vallen in de middelste risicoklasse. Vanaf 2027 verwachten we een lichte verslechtering van het weerstandsvermogen. De solvabiliteitsratio en de schuldquotes blijven, met inacht neming van de hierboven vermelde kanttekening, weliswaar in de minst risicovolle categorie van de provincie maar leveren wel aan kracht in. Om ook in de toekomst een sterke financiële positie te behouden, is het belangrijk het volgende in acht te nemen:
Eigen vermogen op peil houden
De solvabiliteit geeft de verhouding weer tussen het eigen en vreemd vermogen van de gemeente. Zoals hierboven beschreven verslechtert deze vanaf 2027 door een flinke toename van het vreemd vermogen als gevolg van leningen die noodzakelijk zijn om de investeringen de komende jaren te kunnen uitvoeren.
Deze leningen zorgen ook voor een stijging van de schuldratio. Meer leningen betekent meer renterisico en dus is het noodzaak dat we zeker niet verder gaan interen op ons eigen vermogen. De afgelopen jaren is ons eigen vermogen met name mede door de positieve rekeningresultaten versterkt. Het is belangrijk dat we ons eigen vermogen in de toekomst op peil houden en niet laten dalen. Daarom vullen we in deze begroting de algemene reserve vrij aanwendbaar aan en is het belangrijk dat we in de toekomst voorzichtig omgaan met een eventuele inzet van de algemene reserve voor nieuw beleid.
Daarnaast is het belangrijk dat we een investeringsniveau nastreven dat past bij de omvang van onze begroting.
Toe gaan werken naar een sluitende begroting voor de jaren 2028 en 2029
In 2028 en 2029 is er conform afspraak met de gemeenteraad een begrotingstekort van ongeveer 2%. In opmaat naar deze begrotingen gaan we kijken hoe we dit oplossen.
Balans tussen ambities en belastingdruk
De belastingdruk voor huishoudens ligt op het landelijke gemiddelde, maar net iets boven onze eigen norm. Wij blijven goed kijken naar de balans tussen wat we willen bereiken en wat dat kost voor inwoners. Dat vinden we belangrijk.
